Het variabele tarief voor restafval blijft ongewijzigd: 1,80 euro per 30-literzak bij ondergrondse containers en 14,40 euro per aanbieding van een 240-litercontainer in het buitengebied. Het uitgangspunt van het systeem – het verminderen van restafval – blijft daarmee ongewijzigd.
Namens Leefbaar Zeewolde lichtte raadslid Manno Jonker het amendement toe. Hij benadrukte dat de volledige raad zich eerder heeft uitgesproken vóór invoering van Diftar en dat het debat nu vooral draait om een verantwoorde overgang. “We willen minder restafval aanbieden, de kosten beperken en toewerken naar een eerlijk systeem waarin niet iedereen meebetaalt aan de vervuiling van anderen,” aldus Jonker.
Door het basistarief voor eenpersoonshuishoudens te verlagen, krijgen zij volgens Leefbaar Zeewolde ruimte om circa 26 zakken restafval aan te bieden zonder duurder uit te zijn dan in de situatie zonder Diftar. De kosten van de maatregel, ongeveer 67.500 euro, worden gedekt uit de algemene reserve van de gemeente.
Brede steun, met kanttekeningen
Het wijzigingsvoorstel kon rekenen op brede steun in de raad. Wel klonk vanuit meerdere fracties de kanttekening dat het om een tijdelijke oplossing gaat en dat de effecten van Diftar in de praktijk zorgvuldig gemonitord moeten worden.
De ChristenUnie noemde het amendement een verstandige manier om de volgende gemeenteraad ruimte te geven om na 2026 definitieve keuzes te maken. Ook D66 gaf aan dat de eenmalige korting op dit moment het maximaal haalbare is, waarbij de uiteindelijke afweging bij de nieuwe raad ligt die op 18 maart 2026 wordt gekozen.
Fractievoorzitter Henk Parisius van Zeewolde Liberaal stemde als enige tegen het amendement. Volgens hem bevestigt het wijzigingsvoorstel namelijk zijn al eerder ingenomen standpunt dat de invoering van Diftar onvoldoende is doordacht en doorgerekend. Zijn fractie pleitte opnieuw voor uitstel van het besluit, maar kreeg ook nu weer het deksel op de neus.
Ook andere fracties uitten kritiek op het gelopen proces. Fractievoorzitter Samee Sabur van D66 sprak van een traject waarin andermaal communicatie en participatie volgens hem zijn tekortgeschoten. VVD-fractievoorzitter Hans de Groot vroeg het college nogmaals om een toezegging om een grondige evaluatie van de invoering in 2026 uit te voeren.
Wethouder verdedigt inzet college
Wethouder Ernst Bron erkende dat de overgang naar Diftar en de discussie rond de afvalstoffenheffing onrust hebben veroorzaakt, maar verdedigde de inzet van het college. Hij herhaalde de toezegging dat eind 2026 een uitgebreide evaluatie naar de raad komt. Daarbij benadrukte hij dat hij het oneens blijft met de kwalificatie dat het hele proces rond communicatie en participatie zou zijn ‘gefaald’ – een woord dat Sabur (D66) tijdens de raadsvergadering in de mond nam. Hij nodigde hem daarop uit om eens koffie te drinken.
Dat standpunt herhaalde Bron ook tijdens het persuur van 19 december, waar hij tevens aangaf dat volgens hem de communicatie en participatie zorgvuldig zijn verlopen en dat de invoering van Diftar in alle gemeenten tot maatschappelijke discussie leidt. Ook onderstreepte hij dat het college bij de invoering van Diftar uitvoering geeft aan het raadsbesluit dat de gemeenteraad in februari unaniem heeft genomen. Ook heeft de gemeenteraad destijds zelf ingestemd met een gelijk vastrecht voor zowel eenpersoonshuishoudens als meerpersoonshuishoudens. Door het amendement is dit nu dus tijdelijk aangepast.
Niet alléén afvalstoffenheffing vastgesteld
Met de vaststelling van de belastingverordeningen heeft de raad overigens niet alleen ingestemd met de afvalstoffenheffing. Ook marktgelden, havengelden, de legesverordening, OZB-tarieven, toeristenbelasting, forensenbelasting en precariogelden zijn vastgesteld; onderwerpen die door het debat over Diftar grotendeels naar de achtergrond zijn verdwenen.

085-0640737