Nieuws Zeewolde

Raad van State heeft beroep tegen het bestemmingsplan ongegrond verklaard

De Raad van State heeft het beroep tegen het bestemmingsplan voor Bosruiterweg 14 in Zeewolde ongegrond verklaard. Daarmee blijft het plan voor tijdelijke huisvesting van maximaal 1.000 internationale werknemers juridisch overeind.

De uitspraak betekent dat de gemeente Zeewolde het plan mag uitvoeren. Op de locatie mogen gebouwen komen voor tijdelijke huisvesting, met voorzieningen zoals een receptie en recreatieve of educatieve ruimtes. Een internationale werknemer mag daar maximaal twaalf maanden verblijven.

De zaak was aangespannen door de Vereniging van Eigenaren van Buitenplaats Horsterwold en drie eigenaren van recreatiewoningen. Het recreatiepark ligt hemelsbreed ongeveer 500 meter van Bosruiterweg 14.

Bord bij de bosruiterweg 14 in zeewolde
Foto LOZ

De bewoners maakten zich zorgen over de omvang van het plan. Zij vreesden onder meer voor extra verkeer, parkeerdruk, geluid, gevolgen voor de natuur en problemen met de riolering. Ook vonden zij dat de gemeente de locatie voor internationale werknemers samen had moeten beoordelen met het naastgelegen azc aan Bosruiterweg 16.

De Raad van State volgt die bezwaren niet.

Azc hoefde niet in hetzelfde plan

De bezwaarmakers vonden dat Bosruiterweg 14 en 16 één geheel vormen. Beide percelen hebben dezelfde eigenaar en liggen naast elkaar. Volgens hen had de gemeente daarom de gevolgen van het azc en de huisvesting voor internationale werknemers gezamenlijk moeten onderzoeken.

De Raad van State oordeelt anders. De gemeente mocht volgens de rechter de locaties apart beoordelen. Daarbij speelde mee dat beide locaties organisatorisch gescheiden zijn, geen voorzieningen delen en de erfgrens gemarkeerd is middels een hekwerk.

De Raad van State schrijft dat de gemeente de gevolgen van de huisvesting aan Bosruiterweg 14 kon beoordelen zonder het azc binnen hetzelfde plangebied te brengen.

Gemeente moet toezicht houden op verblijf van maximaal twaalf maanden

Een belangrijk bezwaar ging over de vraag of de maximale verblijfsduur van twaalf maanden wel goed te controleren is. De bewoners vreesden dat werknemers door de woningnood langer zouden blijven dan toegestaan.

De Raad van State vindt de regels duidelijk genoeg. In het bestemmingsplan staat dat er niet meer dan 1.000 mensen mogen verblijven en dat verblijf langer dan twaalf maanden verboden is.

De gemeente heeft toegelicht dat de initiatiefnemer iedere maand gegevens moet verstrekken over het nachtverblijf. Daarmee kan het college controleren hoeveel mensen er verblijven en hoe lang zij op de locatie wonen.

De Raad van State noemt de regels “concreet geformuleerde normen” en ziet geen reden om vooraf te twijfelen aan de handhaafbaarheid.

Concreet betekent het: de gemeente moet wel actief blijven controleren. De uitspraak zegt niet dat problemen onmogelijk zijn, maar wel dat er juridisch voldoende mogelijkheden zijn om op te treden wanneer de regels worden overtreden.

Parkeren: 500 plaatsen volgens de rechter voldoende onderbouwd

Voor 1.000 logiesplekken gaat de gemeente uit van 500 parkeerplaatsen. Dat is een norm van 0,5 parkeerplaats per internationale werknemer.

De bewoners vonden dit te laag. Zij wezen erop dat er nu al geregeld auto’s in bermen en bospaden staan. De Raad van State vindt de gekozen norm echter verdedigbaar. Voor deze vorm van tijdelijke huisvesting bestaan geen vaste landelijke CROW-normen. De gemeente mocht daarom aansluiten bij vergelijkbare vormen van kamerverhuur en logies.

Wel maakt de uitspraak een belangrijk onderscheid: parkeren in bermen of op bospaden is volgens de Raad van State vooral een kwestie van handhaving. Dat probleem kan dus bestaan, maar is geen reden om het bestemmingsplan ongeldig te verklaren.

Verkeer en geluid onvoldoende reden om plan tegen te houden

De gemeente gebruikte een verkeersonderzoek uit 2018. Volgens dat onderzoek leidt het plan tot ongeveer 1.559 extra verkeersbewegingen per etmaal op de Bosruiterweg. De weg en de rotonde zouden die toename kunnen verwerken.

De bewoners vonden het onderzoek verouderd en wezen op gevaarlijk rijgedrag. De Raad van State stelt dat er geen concrete feiten zijn ingebracht waaruit blijkt dat het onderzoek niet meer betrouwbaar is.

Ook hier zegt de rechter dat hard rijden en gevaarlijk gedrag vooral vragen om handhaving of aanpassing van de weg. Dat zijn zaken voor gemeente, politie en wegbeheerder, maar geen reden om het bestemmingsplan te vernietigen.

Voor geluid verwees de gemeente naar een onderzoek uit 2022. Daaruit blijkt dat bij vrijwel alle woningen van Buitenplaats Horsterwold de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. De Raad van State accepteert die onderbouwing.

Geen aantasting van Horsterwold aangetoond

De bezwaarmakers maakten zich ook zorgen over gevolgen voor het Horsterwold, dat onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland.

De Raad van State stelt vast dat de gemeente onderzoek heeft laten doen naar natuur en stikstof. De locatie wordt al sinds 2015 gebruikt voor huisvesting. Het nieuwe plan blijft binnen de bestaande contouren van het terrein. Volgens de gemeente ontstaat zelfs ruimte om natuur binnen het plangebied te versterken.

De rechter ziet geen aanleiding om aan die onderzoeken te twijfelen. Daarom is niet aangetoond dat het plan het Horsterwold op een onaanvaardbare manier aantast.

Riolering blijft wel een aandachtspunt

De Vereniging van Eigenaren stelde dat de afvoer van afvalwater via een persleiding loopt die eigendom is van de vereniging. Volgens de bewoners zorgt het intensieve gebruik voor storingen, onderhoudskosten en mogelijke problemen in de toekomst.

De Raad van State erkent dat hierover discussie bestaat, maar vindt niet dat sprake is van een duidelijke juridische blokkade. De rechter wijst erop dat nog afspraken kunnen worden gemaakt over kosten en onderhoud. Ook is niet aangetoond dat afvoer van afvalwater onmogelijk op een andere manier kan worden geregeld.

Dit onderdeel is dus niet voldoende om het plan tegen te houden. Het conflict over de persleiding kan wel nog een praktisch en financieel onderwerp blijven tussen de betrokken partijen.