Het college antwoordde onder meer dat het initiatief vóór de formele aanvraag van 6 augustus niet bij de gemeente bekend was en dat een 24-uurszorgvoorziening mogelijk rechtstreeks binnen het omgevingsplan past.
Nu was het woord aan wethouder Helmut Hermans.
Geen harde grensPresentator Deen Guldemond begon breder dan Gildenveld 56-60. Want wanneer houdt een bedrijventerrein eigenlijk op een bedrijventerrein te zijn als steeds meer panden een andere functie krijgen?
Volgens Hermans is daar geen harde grens voor. Een bedrijventerrein behoudt volgens hem zijn hoofdfunctie zolang het omgevingsplan niet wordt gewijzigd. Dat één of meerdere panden een andere functie krijgen, maakt van het gebied dus nog geen woonwijk of zorggebied.
“Als er een functie van één of meerdere panden wordt gewijzigd, betekent dat niet automatisch dat het hele bedrijventerrein daarmee wordt gewijzigd.”
De gemeente heeft vijf kleinschalige bedrijventerreinen: Gildenveld, Krachtenveld, Planetenveld, Schepenveld en Vestingveld. Voor die terreinen ligt sinds 2023 de Visie Kleinschalige Bedrijventerreinen 2.0, waarin per gebied keuzes zijn gemaakt over behoud als bedrijventerrein of verdere ontwikkeling naar een gemengd woon-werkmilieu.
Voor Gildenveld kiest die visie voor behoud en versterking van de bedrijfsfunctie. Tegelijkertijd zijn daar sinds een eerdere bestemmingsplanwijziging maatschappelijke voorzieningen toegestaan.
Aanvraag wordt nu beoordeeld
Over Gildenveld 56-60 zelf wilde Hermans nog geen inhoudelijk oordeel geven.
De aanvraag werd op 6 augustus ingediend en wordt momenteel beoordeeld. Volgens de wethouder heeft de gemeente bij een reguliere aanvraag in beginsel acht weken om een besluit te nemen. Hij verwacht daarom “grofweg voor 1 oktober” duidelijkheid.
De aanvraag blijkt niet te zijn ingediend door Horizon Begeleid Wonen of de vastgoedeigenaar, maar door IB Groups Bouw. Volgens Hermans is dat niet bijzonder: bij bouwprojecten wordt de formele vergunningaanvraag vaker door een bouwer of architect verzorgd.
De kernvraag blijft vervolgens of de geplande functie past binnen het omgevingsplan.
“Als men daaraan voldoet, dan hebben we wettelijk gezien geen reden om te weigeren”, zei Hermans over de regels waaraan het plan moet voldoen.
Daarmee sluit hij aan bij de eerdere schriftelijke beantwoording van het college. Als sprake is van een maatschappelijke voorziening met permanente zorg en het plan ook bouwkundig, qua parkeren en op andere onderdelen binnen de regels blijft, kan de gemeente weinig aanvullende bestuurlijke wensen stellen.
Maar wat voor zorg komt er precies?
Juist over de zorginhoud bleek nog opvallend weinig duidelijkheid te bestaan.
Guldemond vroeg onder meer hoe de zorg voor de toekomstige cliënten wordt gefinancierd en georganiseerd. Mensen met een Wlz-indicatie kunnen hun zorg op verschillende manieren ontvangen. Dat kan verschil maken voor de manier waarop wonen, zorg en andere ondersteuning worden georganiseerd.
Hermans kon niet zeggen welke constructie voor Gildenveld 56-60 wordt voorzien.
Ook de precieze rol van het zorgkantoor kon hij voor deze locatie nog niet toelichten. Volgens hem moet eerst uit de complete aanvraag blijken wat er daadwerkelijk wordt voorgesteld.
Dat is relevant omdat juist het onderscheid tussen wonen en zorg juridisch van groot belang is. Bij Patroonsweg 10 ligt volgens de gemeente het accent op zelfstandig wonen met begeleiding. Daarvoor was een afwijking van het omgevingsplan nodig. Bij Gildenveld 56-60 lijkt het college vooralsnog uit te gaan van permanente zorg, waarmee de voorziening mogelijk onder de al toegestane maatschappelijke functies valt.
Mogelijke kosten voor Zeewolde nog niet onderzocht
Ook financieel kan de komst van een zorgvoorziening gevolgen hebben voor Zeewolde.
Guldemond legde het scenario voor dat een groot deel van de dertig cliënten van buiten Zeewolde komt en zich hier inschrijft. Afhankelijk van hun situatie kunnen naast Wlz-zorg ook vormen van ondersteuning aan de orde zijn waarvoor de gemeente een verantwoordelijkheid heeft.
Hermans erkende dat een zorglocatie financiële gevolgen voor een gemeente kan hebben en dat die gevolgen aanzienlijk kunnen zijn. Voor Gildenveld 56-60 is daar echter nog geen concrete analyse van gemaakt.
Daarmee blijft een relevante vraag open: als deze locatie juridisch rechtstreeks is toegestaan, op welk moment kijkt de gemeente dan niet alleen naar het gebouw en de bestemming, maar ook naar de bredere maatschappelijke en financiële gevolgen van dertig nieuwe zorgplaatsen?
De wethouder liep daar niet op vooruit zolang de aanvraag nog wordt beoordeeld.
Past intensieve zorg op een bedrijventerrein?
Het buurtcollectief heeft eerder een fundamentelere vraag gesteld: is een bedrijventerrein met bedrijfsverkeer, relatief weinig voorzieningen en buiten kantooruren weinig sociale activiteit überhaupt een geschikte omgeving voor mensen die permanent intensieve begeleiding nodig hebben?
Hermans nam die conclusie niet over. Volgens hem kan niet vooraf worden gesteld dat een dergelijke zorgvoorziening niet op een bedrijventerrein thuishoort. Eerst moet worden bekeken wat precies wordt aangevraagd en of dat past binnen de regels en normen die op de locatie gelden.
Dat is juridisch verklaarbaar, maar het geeft nog geen antwoord op de maatschappelijke vraag of iedere functie die mag, op die plek ook wenselijk is.
Juist daar botst de juridische toets met de bredere discussie die inmiddels op Gildenveld wordt gevoerd. De gemeente kan bij een vergunning die volledig binnen het omgevingsplan past nauwelijks opnieuw een algemene wenselijkheidsafweging maken. Als de politiek andere ontwikkelingen wil voorkomen, zal zij dus eerder naar de regels voor het gebied zelf moeten kijken.
Participatie: komt die nu wel of niet?In de eerdere schriftelijke beantwoording stelde het college nog dat participatie niet verplicht is wanneer Gildenveld 56-60 volledig binnen het bestaande omgevingsplan past. Wel wilde de gemeente er bij de initiatiefnemer op aandringen de omgeving te informeren.
In Zeewolde Kiest formuleerde Hermans het stelliger.
“Er komt nog participatie”, zei hij. Volgens de wethouder zijn er in de procedure nog momenten waarop de initiatiefnemer de buurt en het buurtcollectief moet informeren over wat men precies wil gaan doen.
Daar is enige uitleg nodig. Volgens de landelijke regels moet een aanvrager bij een omgevingsvergunning aangeven óf participatie heeft plaatsgevonden en, als dat zo is, hoe. Participatie zelf is in beginsel vrijwillig. Een gemeenteraad kan participatie in bepaalde gevallen verplicht stellen bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, een BOPA.
Omdat juist nog onderzocht wordt of voor Gildenveld 56-60 überhaupt een BOPA nodig is, blijft dus de vraag wat Hermans precies bedoelt met zijn toezegging dat er “nog participatie komt”.
Wel maakte hij duidelijk dat participatie niet betekent dat omwonenden daarmee een veto krijgen. Reacties uit de omgeving kunnen worden meegewogen, maar zijn niet automatisch doorslaggevend voor het besluit.
Gemeente zoekt buurtcollectief nu niet zelf op
Hermans zei dat de gemeente bereid is met het Buurtcollectief Gildenveld in gesprek te gaan als daar een verzoek voor komt. Zelf neemt de gemeente daar tijdens de lopende beoordeling van de vergunning vooralsnog geen initiatief toe.
“We zijn op de hoogte van de zorgen”, aldus Hermans. Maar eerst wil het college de aanvraag inhoudelijk beoordelen. Dat antwoord contrasteert enigszins met de oproep uit de eerste uitzending. Cora Achtenberg en Cees Maris vonden juist dat na alle ontstane onrust de gemeente nu eens zelf naar ondernemers en omwonenden zou moeten stappen.
De deur van het gemeentehuis staat volgens Hermans dus open, maar voorlopig moet de buurt daar wel zelf doorheen stappen.
Zorg als nieuwe markt
Guldemond wees op ontwikkelingen in de zorgmarkt waarbij vastgoedeigenaren panden zoeken die geschikt gemaakt kunnen worden voor zorgvoorzieningen. De vraag was of Zeewolde inmiddels ook met zo'n ontwikkeling te maken heeft. Hermans herkent dat vastgoedpartijen kansen zien in zorgvastgoed. De gemeente beschikt echter niet over een overzicht van partijen die actief naar locaties in Zeewolde zoeken en kan daarom niet zeggen dat sprake is van een brede ontwikkeling.
Dat maakt de volgende vraag des te belangrijker: moet Zeewolde daar niet vooruitlopend beleid voor ontwikkelen?
Het antwoord van Hermans was duidelijk: daar wordt op dit moment niet over nagedacht. Volgens hem moet iedere aanvraag worden beoordeeld aan de hand van de regels, de locatie en de aangevraagde functie. Pas wanneer ontwikkelingen op meerdere bedrijventerreinen daar aanleiding toe geven, zou gekeken kunnen worden of het bestaande kader nog voldoende duidelijk en passend is.
Wanneer is dat moment dan bereikt?
Zeewolde heeft vijf kleinschalige bedrijventerreinen. Rond Gildenveld spelen inmiddels twee dossiers met een zorgcomponent: Patroonsweg 10 en Gildenveld 56-60. In de uitzending werd ook Planetenveld genoemd als terrein waar vragen rond zorgfuncties spelen.
Toch ziet het college nu nog geen aanleiding voor nieuw gemeentelijk beleid. Hermans waarschuwt terecht dat regels niet zomaar tussentijds kunnen worden veranderd. Ondernemers moeten kunnen vertrouwen op de mogelijkheden die gelden op het terrein waar zij investeren. Het omgevingsplan biedt juist die rechtszekerheid.
Maar dat verklaart nog niet wanneer de gemeente vindt dat een ontwikkeling structureel genoeg wordt om de regels voor toekomstige initiatieven opnieuw tegen het licht te houden.
Hermans zegt enerzijds dat er geen grens bestaat waarna een bedrijventerrein automatisch verandert. Anderzijds wil het college pas kijken naar nieuw beleid wanneer ontwikkelingen op meerdere terreinen daar aanleiding toe geven.
Patroonsweg staat juridisch los van Gildenveld 56
Ook de lopende procedure rond Patroonsweg 10 kwam opnieuw ter sprake. De gemeenteraad stemde in december 2025 in met de realisering van tien zorgappartementen aan de Patroonsweg. Voor die ontwikkeling is een afwijking van het omgevingsplan nodig. Tegen het plan loopt inmiddels een juridische procedure.
Hermans wilde inhoudelijk niet op die rechtszaak ingaan zolang de rechter zich erover moet buigen. Volgens hem heeft die procedure ook geen directe invloed op de beoordeling van Gildenveld 56-60.
“Dat staat los van elkaar.”Juridisch worden beide vergunningaanvragen inderdaad afzonderlijk beoordeeld. Maar daarmee verdwijnt de bredere beleidsvraag niet. Voor ondernemers en omwonenden liggen beide locaties dicht bij elkaar en gaat het in beide gevallen om de vraag hoeveel woon- en zorgfuncties passen binnen een terrein dat volgens de gemeentelijke visie in hoofdzaak bedrijventerrein moet blijven.
Dat is niet noodzakelijk dezelfde vraag die een rechter of vergunningverlener moet beantwoorden, maar wel een vraag voor gemeenteraad en college.
Regels bieden duidelijkheid, koers minder
Hermans benadrukte aan het einde van de uitzending dat hij de zorgen van ondernemers en omwonenden begrijpt.
Tegelijkertijd wil het college de vergunningaanvraag eerst zorgvuldig langs de bestaande regels leggen.