‘Moet kunnen’
Zo’n twee jaar geleden stuurde hij een bericht naar de Verheul, per mail en via Instagram. Zijn vraag was eenvoudig: hij wilde leren wingen. Hij besprak het verzoek met zijn compagnon Tessa Beumer, met wie hij de school heeft. “Iedereen kan toch bij ons leren wingfoilen?”, was hun gedachte. Ze nodigden hem uit om kennis te maken. Tijdens die ontmoeting vertelde hij over zijn beperking en wat hij nodig had om het water op te kunnen. “Toen zeiden we: moet kunnen, laten we ermee aan de slag gaan”, aldus Verheul. Daarmee begon ook het zoeken naar geschikt materiaal. Een passend zitje had Michael-Robbert niet. Hij riep de hulp in van vrienden die kunnen lassen, waarmee werd gewerkt aan een eigen oplossing. “Er is geen modelletje van iemand die zegt: hier heb je een voorbeeld, maak het na. Dus we moeten het allemaal uitproberen.”
Elke proef leert iets nieuws
Dat uitproberen gaat verder dan enkel een stoel op een plank bevestigen. Wie op de plank kan staan, kan zijn of haar lichaam bewegen om de plank te sturen. Bij de zittende uitvoering werkt dat anders. “Als je normaal staat, kun je bijvoorbeeld je heupen indraaien en meedraaien”, legt Verheul uit. “Met het zitje dat we nu hebben, staat dat gewoon muurvast. Daar zit eigenlijk geen beweging in.” De instructeurs testen het materiaal daarom ook zelf. Met hun ervaring in het foilen proberen ze te bepalen welke aanpassingen nodig zijn. Elke proef levert nieuwe inzichten op. Ook het veilig gebruiken van de plank wordt stap voor stap onderzocht. In het zwembad in Zeewolde deden ze een drijftest. Verheul: “Wat gebeurt er als je omvalt? Hoe kun je weer op het board klimmen? We bieden het echt helemaal stapsgewijs aan. Dat is wel heel tof.”
Ook voor anderen
Het doel is om de opgedane kennis uiteindelijk ook voor andere deelnemers te kunnen gebruiken. De school werkt aan een frame waarop een zitje op maat kan worden bevestigd. Zo hoeft iemand die zittend wil wingfoilen niet opnieuw helemaal vanaf nul te beginnen. “Dan hebben we een soort blauwdruk en een methode om dat op te bouwen”, zegt Verheul. Volgens Michael-Robbert zijn er meer mensen met een lichamelijke beperking die de sport willen proberen. Om hen die mogelijkheid te bieden, is volgens hem wel wat extra hulp nodig. Sportservice Flevoland heeft daarvoor een eerste bijdrage geleverd. Ook zijn er volgens Verheul al gesprekken gevoerd met de gemeente Zeewolde en is een plan ingediend. Dat moest volgens Verheul worden herzien omdat het niet aan alle eisen voldeed. “Wij dachten: kijk even naar waar we mee bezig zijn. We voeren het al uit en hebben eigenlijk nú hulp nodig”, aldus Verheul.
Hulp nodig
Intussen gaat het ontwikkelen en testen door. De tijd die Verheul erin steekt, komt momenteel voor rekening van zijn bedrijf. Het materiaal is in bruikleen beschikbaar gesteld. Om verder te kunnen, moet er een plan komen voor de kosten en het beschikbaar maken van de spullen. Zijn wens is dat wat begon met één berichtje van Michael-Robbert uiteindelijk meer mensen het water op helpt. “Dat het straks gewoon voor meer mensen toegankelijk wordt.”