In het warmteprogramma legt de gemeente vast hoe de bebouwde omgeving verder kan worden geïsoleerd en aardgasvrij gemaakt. Ook moet duidelijk worden met welke buurten en wijken de gemeente de komende tien jaar aan de slag wil. Ook moeten kansrijke warmteoplossingen en de fasering in beeld worden gebracht. Voor Zeewolde gebeurt dat dus eigenlijk al eerder dan de landelijke deadline: de gemeente wil het programma eind 2026 vaststellen.
Uiteindelijk moet Zeewolde, net als de rest van Nederland, helemaal van het aardgas af. Maar juist nu die overgang dichterbij komt, dient zich een complicatie aan: het elektriciteitsnet zit vol en dat probleem is voorlopig niet opgelost.
De gemeenteraad werd donderdag bijgepraat over dit onderwerp, zodat ze beslagen ten ijs komt wanneer er keuzes gemaakt moeten worden voor het warmteplan.
Van het gas af
De eindbestemming staat in ieder geval al vast: in 2050 moeten alle woningen en andere gebouwen aardgasvrij en duurzaam worden verwarmd. Het gaat inmiddels om ruim 10.000 woningen en ongeveer 1.900 andere gebouwen, waaronder scholen, winkels, kantoren en zorginstellingen.
Voor 2035 stelt de gemeente tussendoelen. De warmtevraag moet door bijvoorbeeld betere isolatie 6 procent lager liggen dan in 2025 en het aardgasverbruik moet met 25 procent zijn verminderd. Daarnaast moet 45 procent van de woningen en gebouwen dan geen eigen aardgasaansluiting meer hebben. In 2025 was dat ongeveer een kwart. Dat lijkt haalbaar, omdat alle nieuwe woningen die gebouwd worden, sowieso aardgasvrij zijn.
Voorlopige keuzes
De gemeente heeft al wel wat voorlopige keuzes gemaakt. De Vogelbuurt, Graanbuurt, Edelstenenbuurt, Sterrenbeeldenbuurt, Windstromenbuurt, Ecobuurt, Botenbuurt, Waterbuurt, Platenbuurt, Geulenbuurt en het centrum zijn aangewezen als onderzoeksgebied voor een warmtenet. Voor De Horst, Heesterbuurt, Kruidenbuurt, Wildbuurt, Vlinderbuurt en Vissenbuurt wordt ingezet op individuele oplossingen. De bedrijventerreinen tenslotte krijgen een maatwerkaanpak. De Polderwijk en het Fortenveld worden buiten beschouwing gelaten omdat daar al een warmtenet ligt en toekomstige bouw al gasloos is.
Eerst minder warmte nodig
De eerste stap voor veel inwoners is niet meteen een andere verwarmingsinstallatie, maar zorgen dat een woning minder warmte nodig heeft. De komende jaren wil de gemeente inwoners daarom helpen met informatie en regelingen rond onder meer isolatie, ventilatie, elektrisch koken en de mogelijkheden voor een andere warmtevoorziening. Uit de gesprekken die al met inwoners zijn gevoerd, blijkt ook behoefte aan meer subsidie, onafhankelijk advies over de eigen woning en collectieve inkoopacties.
Dat betekent dat de warmtetransitie de komende vijf jaar voor veel Zeewoldenaren vooral zal bestaan uit het voorbereiden van hun huis. Wie bijvoorbeeld een warmtepomp overweegt, moet weten of de woning daarvoor geschikt en voldoende geïsoleerd is en welke financiële ondersteuning beschikbaar is.
Daarbij zijn verschillende technieken mogelijk. Een huis kan individueel worden verwarmd met bijvoorbeeld een lucht-waterwarmtepomp of een bodemwarmtepomp. Daarnaast zijn er collectieve mogelijkheden, waarbij meerdere woningen via een warmtenet van warmte worden voorzien. De gemeente heeft onder meer gekeken naar warmte uit oppervlakte-, afval- en drinkwater, geothermie en collectieve lucht-waterwarmtepompen. Warmte-koudeopslag in de bodem valt in de kern van Zeewolde af vanwege restricties op boringen.
Een belangrijk voordeel is dat Zeewolde niet bij nul begint. In de Polderwijk ligt al een warmtenet van Ennatuurlijk, waarop ongeveer 2.500 huishoudens, scholen en bedrijven zijn aangesloten. Voor dat net wordt onderzoek gedaan naar nieuwe duurzame warmtebronnen.
Warmtepomp vraagt stroom
Welke oplossing op de verschillende locaties uiteindelijk de voorkeur krijgt, wordt mede bepaald door een ander groot probleem: het overvolle elektriciteitsnet. Een elektrische warmtepomp maakt een woning weliswaar aardgasvrij, maar vergroot tegelijkertijd de vraag naar elektriciteit. Vooral tijdens koude winterdagen kan dat extra piekbelasting veroorzaken.
Dat is relevant omdat het elektriciteitsnet in Zeewolde zijn grenzen heeft bereikt. Nieuwe of zwaardere aansluitingen kunnen sinds 1 juli 2026 op een wachtlijst terechtkomen. En een snelle oplossing is niet in zicht. Zeewolde maakt deel uit van het gekoppelde elektriciteitsgebied Flevoland-Gelderland-Utrecht, waar de zogeheten netcongestie volgens informatie die de raad kreeg in ieder geval tot 2031 kan aanhouden en mogelijk langer. Uitbreidingen van het hoogspanningsnet die meer ruimte moeten creëren, kunnen volgens de huidige planning zelfs pas richting 2038 gereed zijn.
Van het gas af, maar het stroomnet zit vol
Daar zit een lastige tegenstelling. Nederland moet van het aardgas af, maar als grote aantallen huishoudens daarvoor afzonderlijk een elektrische warmtepomp installeren, stijgt juist de vraag naar stroom. De gemeente neemt daarom de gevolgen voor het elektriciteitsnet nadrukkelijk mee bij de keuze tussen individuele en collectieve oplossingen. Een warmtenet kan aantrekkelijker zijn wanneer daarmee de piekbelasting op het stroomnet wordt beperkt.
Tegelijkertijd kan de gemeente niet onbeperkt wachten. Hoe meer huishoudens de komende jaren zelf een warmtepomp aanschaffen, hoe kleiner het aantal potentiële klanten voor een toekomstig warmtenet wordt. Dat kan zo'n collectieve oplossing uiteindelijk duurder of zelfs onhaalbaar maken. De gemeente wil daarom relatief snel duidelijkheid geven over de gebieden waar uitbreiding van het warmtenet kansrijk is.
Geen dwang
Dat betekent niet dat inwoners binnenkort verplicht op een warmtenet worden aangesloten. De gemeente is voorlopig niet van plan gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid om gebieden aan te wijzen waar de aardgaslevering uiteindelijk stopt. Dat gebeurt in ieder geval niet voordat het volgende warmteprogramma wordt vastgesteld.
Zelfs als die zogenoemde aanwijsbevoegdheid later wel wordt gebruikt, gaat de gaskraan niet meteen dicht. Tussen het formeel aanwijzen van een gebied en het beëindigen van de aardgaslevering moet minimaal acht jaar zitten. Er moet bovendien een duurzaam, haalbaar en betaalbaar alternatief zijn. Inwoners behouden daarnaast de mogelijkheid zelf voor een andere duurzame oplossing te kiezen.
Voor huurders ligt die keuze anders. Bij huurwoningen bepaalt uiteindelijk de verhuurder welke installatie in het gebouw wordt gebruikt. Woningcorporatie Woonpalet wil daarbij volgens de informatie tijdens de raadsavond wel draagvlak onder huurders zoeken, zij zijn ook betrokken bij overleggen met de gemeente, Ennatuurlijk en Liander.
De rekening telt
Hoeveel draagvlak er is voor de omslag, zal vooral afhangen van de kosten. De gemeente sprak ongeveer 70 inwoners op straat, kreeg 357 reacties op een enquête en organiseerde twee inwonersavonden. Aan een apart betaalbaarheidsonderzoek deden 413 mensen mee. Daaruit blijkt brede steun voor de overstap naar aardgasvrij, maar de grootste zorgen gaan over de investering en de toekomstige energierekening. Ook comfort, de vrijheid om zelf te kunnen kiezen en mogelijke geluidsoverlast door warmtepompen zijn belangrijk.
Tegelijkertijd komt een argument voor de energietransitie nadrukkelijker naar voren dat enkele jaren geleden minder urgent leek: onafhankelijkheid. Uit de participatie blijkt dat ook het verminderen van de afhankelijkheid van buitenlandse energie een rol speelt. Met de huidige geopolitieke onzekerheid gaat de discussie over aardgasvrij wonen daarmee niet alleen meer over klimaat en CO2, maar ook over de vraag waar onze energie vandaan komt.
De richting is duidelijk: in 2050 moet Zeewolde van het aardgas af. De komende vijf jaar worden vooral gebruikt om woningen daarop voor te bereiden, inwoners met advies en financiële regelingen te helpen en te bepalen waar een collectief warmtenet kansrijker is dan duizenden afzonderlijke warmtepompen. Juist doordat het stroomnet al vol zit, wordt de manier waarop Zeewolde van het gas afgaat minstens zo belangrijk als de snelheid waarmee dat gebeurt.