Nieuws Zeewolde

Van dorpsfontein tot AZC: Jan Ippel zoekt met poëzie naar het verhaal achter Zeewolde

Een kapotte fontein, een geel draaistoeltje, kinderen in een asielzoekerscentrum, de oorlogsgeschiedenis van zijn oma en de vraag hoe mensen met elkaar omgaan. Het zijn op het eerste gezicht onderwerpen die weinig met elkaar te maken hebben. Voor dorpsdichter Jan Ippel vormen ze juist het materiaal waarmee hij probeert Zeewolde in woorden te vangen. Nu het einde van zijn termijn langzaam in zicht komt, kijkt hij vooruit naar zijn laatste maanden als eerste officiële dorpsdichter van het dorp.

Op 26 september staat Ippel opnieuw voor de microfoon. Dit keer niet alleen om zelf een gedicht voor te dragen, maar vooral om anderen een podium te geven. In Koffiehuis De Oude Bieb organiseert hij het eerste poëziecafé 'Dichter bij de koffie'. Gastdichters uit de regio komen voordragen, er is muziek en inwoners van Zeewolde kunnen zelf het podium betreden.

Voor Ippel is juist dat laatste belangrijk. Hij vermoedt dat er veel meer mensen in Zeewolde schrijven dan zichtbaar is. Mensen met gedichten in een schrift, op een computer of ergens in een la, maar die nooit de stap hebben gezet om hun werk voor te lezen.

Er is daarom geen wedstrijd, geen jury en ook geen verplicht thema. Wie deelneemt aan het open podium krijgt de gelegenheid één of twee gedichten voor te dragen. Het idee is eenvoudig: luisteren naar elkaar en ruimte geven aan verhalen die anders misschien binnenskamers blijven.

Van motie tot eerste dorpsdichter

Dat Zeewolde überhaupt een dorpsdichter heeft, is nog vrij nieuw.

Al in 2021 sprak de gemeenteraad via een motie de wens uit om een dorpsdichter aan te stellen. Het duurde vervolgens enkele jaren voordat daar daadwerkelijk invulling aan werd gegeven. Op 10 maart 2025 werd Jan Ippel in de bibliotheek door wethouder Scheffers officieel geïnstalleerd als eerste dorpsdichter van Zeewolde.

Zijn eerste optreden in die functie was met het gedicht Blaf Blaf, waarmee hij de selectie voor het dorpsdichterschap had gewonnen.

Daarmee begon een rol waarvan Ippel vooraf waarschijnlijk zelf niet volledig kon overzien wat die zou brengen. De dorpsdichter schrijft niet alleen op verzoek, maar kijkt ook naar wat er om hem heen gebeurt. Soms zijn het grote gebeurtenissen. Soms juist iets kleins dat anderen nauwelijks meer opvalt.

Het dorp als inspiratiebron

Een voorbeeld daarvan was de fontein op het Kerkplein. Toen Ippel tijdens een fietstocht verschillende afgesloten fietspaden tegenkwam en vervolgens in het centrum belandde, viel hem op dat ook de fontein opnieuw droog stond.

Het leidde tot het gedicht Droog. Daarmee kwam een onderwerp dat al jaren regelmatig terugkeert in het dorp opnieuw onder de aandacht. De gemeente gaf vervolgens aan dat de fontein onderdeel was van de evaluatie van de Actiewijzer Centrum, maar dat er op dat moment nog geen concrete plannen voor herstel waren.

Ook een kapot geel draaistoeltje tegenover de HEMA bleek genoeg voor een gedicht. Het stoeltje stond vanwege een defect afgezonderd achter hekwerk. Ippel maakte er in Gele mag niet meedoen een verhaal van over een geel stoeltje dat niet langer tussen zijn blauwe en groene soortgenoten mocht staan.

Het tekent de manier waarop hij naar zijn omgeving kijkt. Een dorpsdichter hoeft volgens die benadering niet alleen te schrijven over officiële momenten of grote gebeurtenissen. Juist alledaagse zaken kunnen iets zeggen over een dorp en de mensen die er wonen.

Van observeren naar maatschappelijke onderwerpen

In de loop van zijn termijn werden de onderwerpen ook zwaarder.

In het radioprogramma Up2Date sprak Ippel deze zomer bijvoorbeeld over zijn gedicht Op weg naar woke. Daarin onderzocht hij op zijn eigen manier begrippen als inclusiviteit, respect en veranderende maatschappelijke normen.

Het gedicht was niet bedoeld om mensen voor te schrijven hoe zij over zulke onderwerpen moeten denken. Ippel ziet poëzie juist als een manier om een onderwerp te benaderen zonder meteen een oordeel uit te spreken. Een gedicht kan volgens hem vragen oproepen en mensen laten nadenken.

Die ontwikkeling is ook terug te zien in de momenten die hem persoonlijk het meest zijn bijgebleven.

Tijdens een recent gesprek met LOZ vertelt Ippel over een bezoek aan kinderen in het asielzoekerscentrum aan de Bosruiterweg. Hij schreef een gedicht over de tijdelijkheid waarmee kinderen daar kunnen leven.

Het besef dat kinderen aan het einde van een dag soms afscheid van elkaar nemen zonder zeker te weten of iedereen de volgende dag nog aanwezig is, maakte veel indruk op hem. Ippel vertelt dat vooral die ontmoeting hem als mens raakte. Na afloop kreeg hij tekeningen van de kinderen mee.

Daarmee krijgt het dorpsdichterschap een andere betekenis dan alleen het schrijven van mooie woorden bij feestelijke gelegenheden. De dichter wordt ook iemand die kijkt, luistert en probeert woorden te geven aan ervaringen waarvoor anderen die woorden misschien niet direct hebben.

Ook persoonlijke geschiedenis krijgt een plaats

Dat gebeurde eveneens tijdens de herdenking van de Japanse capitulatie op 15 augustus.

Ippel droeg daar een gedicht voor waarin zijn eigen familiegeschiedenis een rol speelde. Zijn oma had in een Japans interneringskamp gezeten. In het gedicht beschreef hij een herinnering aan een kapotte pop die zijn oma ooit op straat vond en aan hem gaf.

Pas later begreep hij beter welk verleden achter het gedrag van zijn oma schuilging. Het maakte van de bijdrage niet alleen een gedicht over de Tweede Wereldoorlog, maar ook over hoe ervaringen uit een oorlog generaties later nog kunnen doorwerken.

Niet alleen zelf schrijven

Ippel probeert ondertussen ook anderen aan het schrijven en voordragen te krijgen.

Op Wereld Poëziedag in maart nodigde hij inwoners uit om hun eigen gedichten naar de bibliotheek te brengen. Negen Zeewoldenaren namen die uitnodiging aan en lazen hun werk voor.

Voor Ippel was juist het persoonlijke karakter daarvan waardevol. Een zelfgeschreven gedicht aan een ander laten lezen kan kwetsbaar voelen. Toch ontstonden rond de voordrachten gesprekken tussen mensen die elkaar daarvoor niet of nauwelijks kenden.

Eerder was het plan zelfs om voldoende gedichten te verzamelen voor een gezamenlijke bundel met werk van Zeewoldenaren.

Ook buiten Zeewolde zocht Ippel het podium op. In april deed hij voor het eerst mee aan een Poetry Slam in Lelystad. Elf Flevolandse dichters namen eraan deel. Ippel eindigde bij zijn debuut als derde.

Laatste maanden

Het poëziecafé op 26 september past daarmee in een ontwikkeling die gedurende zijn termijn steeds zichtbaarder is geworden. Ippel schrijft zelf, maar probeert tegelijkertijd een omgeving te creëren waarin ook anderen hun verhalen durven te vertellen.

Zijn termijn als dorpsdichter loopt op 31 december af. De gemeente liet eerder weten daarna ruimte te willen bieden aan een opvolger. Ippel zelf vindt dat een goede zaak. Een nieuwe dorpsdichter zal volgens hem onvermijdelijk andere onderwerpen kiezen en een eigen stijl ontwikkelen. Juist dat hoort volgens hem bij de functie.

In het recente gesprek met LOZ heeft hij voor die toekomstige dorpsdichter één opvallend eenvoudig advies: zoveel mogelijk ja zeggen wanneer er een verzoek komt.

Niet alleen tegen de makkelijke of feestelijke uitnodigingen, maar ook wanneer een onderwerp ingewikkeld of ongemakkelijk is. Volgens Ippel zijn juist die ontmoetingen onderdeel van wat het dorpsdichterschap bijzonder maakt.

Zelf heeft hij de komende maanden nog verschillende optredens en activiteiten op zijn agenda staan. Op 12 september is hij onder meer betrokken bij de Blauwe Diamant vaarroute, waarna op 26 september het poëziecafé volgt.

En daarna?

Formeel eindigt zijn dorpsdichterschap op oudejaarsavond. Maar na bijna twee jaar waarin een droogstaande fontein, een geel stoeltje, een ontmoeting met kinderen uit een AZC en herinneringen aan zijn oma allemaal onderwerp konden worden van een gedicht, lijkt één ding duidelijk: voor een dichter houdt een dorp niet op verhalen te vertellen zodra een officiële termijn eindigt.