De AKZ richt zich juist op incidentele noodsituaties waarvoor niet direct een andere oplossing beschikbaar is. Van de Koppel noemt bijvoorbeeld een kapotte wasmachine bij iemand die geen geld heeft voor reparatie of vervanging. Ook kan de stichting in een uitzonderlijke situatie bijspringen wanneer een huurachterstand dreigt uit te lopen op huisuitzetting. Structurele ondersteuning is nadrukkelijk niet de taak van AKZ.
Dat onderscheid is belangrijk. Beide organisaties willen voorkomen dat zij hetzelfde werk doen. Via het zogenoemde ketenoverleg stemmen organisaties die zich met inwoners met een laag inkomen bezighouden hun activiteiten op elkaar af. Wie bij de verkeerde deur aanklopt, moet daardoor uiteindelijk toch bij de organisatie terechtkomen die het beste kan helpen. Van de Koppel: “We bepalen samen met MDF wat de vervolgstap is.”
Eerst helpen, daarna kijken naar de voorwaarden
Bij de Voedselbank gelden landelijke normen om voor structurele ondersteuning in aanmerking te komen. Er wordt gekeken naar het inkomen en wat na aftrek van vaste lasten beschikbaar blijft voor onder meer voedsel en andere dagelijkse uitgaven. Maar Horst benadrukt dat iemand die in acute nood voor de deur staat niet eerst met lege handen wordt weggestuurd om een procedure te doorlopen. Er wordt geholpen en daarna wordt gekeken of iemand volgens de geldende normen voor verdere ondersteuning in aanmerking komt.
Het aantal adressen dat door de Voedselbank wordt geholpen, schommelt. Horst vertelde dat er bij zijn aantreden ongeveer vijftig adressen waren, waarna dat aantal opliep tot zestig. Na een gebruikelijke zomerdaling werden recent weer 53 pakketten verstrekt.
Bij AKZ zijn de aantallen veel minder voorspelbaar. Soms gaat het om vijf of zes hulpvragen in een maand, een andere maand om slechts enkele. Dat past ook bij de functie van de stichting: AKZ komt in beeld wanneer ergens onverwacht een financieel gat ontstaat dat snel moet worden gedicht.
‘Mensen die komen, zijn eigenlijk heel moedig’
Maar hoeveel inwoners de hulp daadwerkelijk nodig hebben, is moeilijker vast te stellen. Op de vraag of iedereen die recht heeft op ondersteuning de organisaties ook weet te vinden, waren beide gasten opvallend duidelijk: nee.
Horst noemde de mensen die zich wél bij de Voedselbank melden zelfs “moedige en dappere mensen”. Niet omdat de aanvraag ingewikkeld zou moeten zijn, maar omdat toegeven dat je zelf niet meer voldoende geld voor eten hebt voor veel mensen een enorme stap is.
Daar zit volgens beide organisaties een belangrijk deel van de verborgen armoede in Zeewolde. Mensen kunnen recht hebben op ondersteuning, maar vragen die niet aan. Schaamte speelt mee, maar ook onbekendheid met voorzieningen. Van de Koppel gaf het voorbeeld van iemand die na het overlijden van een partner met een lager inkomen achterblijft, maar niet weet welke toeslagen of ondersteuning mogelijk zijn.
“Er zijn mensen die denken: het hoort zo, het moet maar,” aldus Van de Koppel. Daardoor kunnen inwoners uiteindelijk weinig anders meer doen dan de noodzakelijke rekeningen betalen en proberen rond te komen.
Juist die groep is moeilijk te bereiken. De organisaties kunnen bekendmaken welke hulp beschikbaar is en mensen kunnen terecht bij onder meer het vraaghuis, MDF of rechtstreeks bij de organisaties. Maar uiteindelijk moet iemand zelf, of met hulp uit zijn omgeving,die eerste stap zetten.
Omgeving moet helpen verborgen armoede te vinden
AKZ wil daarom dit najaar nadrukkelijker proberen inwoners te bereiken die zelf niet om hulp vragen. Van de Koppel wil daarbij ook de omgeving inschakelen: kijk eens naar een buur, kennis of familielid waarvan je vermoedt dat die financieel nauwelijks meer kan rondkomen. Het idee is een telefoonnummer en e-mailadres beschikbaar te stellen waar zulke signalen kunnen worden gemeld, waarna bekeken kan worden of contact en hulp mogelijk zijn.
Daarmee verschuift de aandacht van alleen wachten op een hulpvraag naar het eerder herkennen van problemen. Dat is volgens beide organisaties nodig, omdat juist ouderen of mensen die digitaal minder vaardig zijn niet altijd vanzelf bij de bestaande voorzieningen uitkomen.
Horst wees daarbij op het vraaghuis als laagdrempelige plek waar inwoners ook voor andere ondersteuning terechtkunnen. Zijn boodschap aan mensen met financiële zorgen: “Schroom niet. Meld je en kijk wat er voor jou mogelijk is. Beter een keer te veel dan te weinig.”
Minder verspilling is goed, maar heeft ook een keerzijde
Voor de Voedselbank zit ondertussen nog een andere uitdaging aan de achterkant van de organisatie: voldoende voedsel beschikbaar houden. Veel producten komen via het landelijke netwerk van Voedselbanken Nederland en de regionale distributie. Daarnaast zijn er lokale acties en donaties.
Supermarkten en producenten proberen voedselverspilling steeds verder terug te dringen. Dat is maatschappelijk positief, maar betekent tegelijkertijd dat er minder reststromen beschikbaar kunnen komen voor voedselbanken. De Kostmand houdt er daarom rekening mee dat vaker voedsel moet worden bijgekocht om de pakketten voldoende en gezond te houden.
Horst maakt zich niet direct zorgen dat de Voedselbank zonder voedsel komt te zitten, maar noemt de balans tussen een mogelijk groeiende vraag en voldoende aanbod wel een aandachtspunt. Daarbij gaat het niet alleen om de hoeveelheid. Een voedselpakket moet volgens hem ook voldoende gezonde producten bevatten, zoals groente en fruit.
Financieel kan de Voedselbank daarbij rekenen op veel steun uit Zeewolde. Supermarkten, inwoners, boeren, bedrijven en organisaties als de Lions houden acties of leveren producten. Ook AKZ zegt breed te worden gesteund door inwoners, bedrijven, kerken en diaconieën.
Veertig vrijwilligers tegenover vier
Opvallend groot is het verschil in omvang van beide organisaties. De Voedselbank werkt met ongeveer veertig vrijwilligers voor onder meer het ophalen, verwerken en uitgeven van voedsel. Horst vertelde zelfs een wachtlijst te hebben van mensen die vrijwilligerswerk willen doen.
AKZ kan het daarentegen met vier mensen af. Dat komt volgens Van de Koppel vooral door de andere manier van werken. De stichting verstrekt incidentele noodhulp en heeft daardoor geen wekelijkse logistieke operatie zoals de Voedselbank.
Beide organisaties willen bovendien financieel onafhankelijk van de gemeente blijven. Dat betekent niet dat er afstand is tot het gemeentehuis. Integendeel: de contacten worden door beide als goed omschreven en de gemeente neemt deel aan het ketenoverleg. Daar worden ook nieuwe regelingen en mogelijkheden gedeeld.
Van de Koppel ziet tegelijkertijd wel een rol voor de gemeente bij voorzieningen die een kleine stichting onmogelijk zelf kan financieren. Hij wees bijvoorbeeld op regelingen voor
de vervanging van oud witgoed. Juist daar ligt volgens hem het verschil tussen particuliere noodhulp en structureel armoedebeleid: een stichting kan tijdelijk een probleem oplossen, maar kan gemeentelijke regelingen niet vervangen.
Hulp georganiseerd, bereik blijft de uitdaging
Het beeld uit de uitzending is daarmee dubbel. De hulpstructuur in Zeewolde lijkt behoorlijk georganiseerd: organisaties kennen elkaars rol, verwijzen door en overleggen met elkaar en de gemeente. De Voedselbank heeft voldoende vrijwilligers en beide organisaties zeggen op voldoende steun vanuit de Zeewolder samenleving te kunnen rekenen.
De zwakke plek zit vooral vóór die hulpverlening begint. Want een regeling, voedselpakket of bijdrage voor een kapotte wasmachine helpt alleen degene die daadwerkelijk in beeld komt. En juist mensen die zich schamen, niet digitaal vaardig zijn of simpelweg niet weten waarop zij recht hebben, kunnen buiten dat netwerk blijven.
Daarom was misschien wel de belangrijkste boodschap van de uitzending niet alleen gericht aan mensen die zelf financiële problemen hebben, maar ook aan hun omgeving: kijk naar elkaar om en wacht niet totdat problemen zo groot zijn geworden dat iemand geen andere keuze meer heeft dan hulp vragen.
En wie zelf twijfelt of hij of zij voor ondersteuning in aanmerking komt, kreeg van Horst een eenvoudige boodschap mee: “Er wordt zeker niet naar je gekeken of gewezen. Wij vinden het heel normaal dat je jezelf aanmeldt. En we vinden het zelfs prettig dat we kunnen helpen.”
De privacy van cliënten wordt daarbij volgens de organisaties nadrukkelijk beschermd; vrijwilligers werken met een geheimhoudingsverklaring.